De wijsheid achter het sturen van profeten wordt duidelijk wanneer we naar de mens kijken zoals Allah (swt) hem heeft geschapen. De mens bezit wil, vrijheid en verstand. Hij kan zeggen wat hij wil, gaan waar hij wil, kiezen wat hij wil en handelen volgens zijn verlangens. Tegelijk leeft hij midden in de samenleving, in voortdurende interactie met anderen. Deze vrijheid betekent dat de mens verantwoordelijk is voor zijn keuzes — en dat hij zich kan verheffen tot het paradijs of afdwalen naar het tegendeel.
De mens staat op een kruispunt. In hem komen vele eigenschappen samen: soms hard als steen, soms zacht als katoen; soms geneigd tot goedheid, soms tot verleiding. Daarom heeft dit wezen, dat zowel hoog kan klimmen als diep kan vallen, een gids nodig — iemand die de weg kent en de waarheid kan belichamen.
Het verstand alleen kan deze rol niet vervullen. De menselijke rede kan onderzoeken hoe dingen werken, maar niet volledig waarom zij bestaan. Ze ziet wat zichtbaar is, maar blijft beperkt in het ongeziene. De Qur’ān zegt hierover:
“Zij omvatten niets van Zijn kennis behalve wat Hij wil.”
(Qur’ān 2:255)
De mens kan met zijn verstand geen definitieve antwoorden geven op vragen als:
Wie heeft ons geschapen? Wat is ons doel? Wat komt er na de dood?
Daarom is er een gids nodig die toegang heeft tot goddelijke kennis — een profeet.
Een profeet is een mens die Allah (swt) heeft gezegend met ʿismāh — bescherming tegen zonde en dwaling. Zijn woorden, daden en karakter zijn altijd in harmonie met wat Allah wil. Daarom zijn zijn levenslessen lichtbakens voor wie leiding zoekt. De Qur’ān beschrijft dit:
“En waarlijk, jij (O Mohammed) bevindt je op een geweldig karakter.”
(Qur’ān 68:4)
Een profeet beveelt het goede, verbiedt het slechte, en belichaamt de boodschap die hij verkondigt. Over hun missie zegt Allah:
“Wij bestraffen niet totdat Wij een boodschapper hebben gezonden.”
(Qur’ān 17:15)
Zoals een student niet kan slagen zonder een boek én een docent, zo kan de mens zijn taak niet vervullen zonder openbaring én een profeet. Een toets zonder uitleg zou onrechtvaardig zijn, maar Allah is al-ʿAdl, de Rechtvaardige.
Ook is het universum geen doelloos geheel. Alles wijst op wijsheid en orde. Allah zegt:
“Wij hebben de hemelen en de aarde niet opzetteloos geschapen.”
(Qur’ān 38:27)
En over het doel van de mens:
“En Ik heb de djinns (demonen) en de mensen slechts geschapen opdat zij Mij aanbidden.” (Qur’ān 51:56)
Dit universum is als een prachtig boek, vol tekens en betekenissen, maar zonder uitleg zou niemand de diepte ervan begrijpen. Een boek heeft uitleg nodig, en de uitleg van het “Boek van de Schepping” is de Qur’ān — een openbaring die de verbanden, wijsheden en doelen van het bestaan verduidelijkt.
De profeet Mohammed (vzmh) verklaart deze betekenissen, niet alleen met woorden maar met zijn leven:
“Hij reciteert aan hen Zijn verzen, reinigt hen, en onderwijst hen het Boek en de Wijsheid.” (Qur’ān 62:2)
Zonder Qur’ān en profeet zouden de geheimen van het universum verborgen blijven, zoals een boek zonder docent. Maar Allah (swt) heeft Zijn schepping niet aan zichzelf overgelaten. Hij stuurde profeten om de mens te leren wie zijn Schepper is, hoe hij Hem moet aanbidden, hoe hij goed met anderen omgaat en hoe hij zich voorbereidt op het Hiernamaals.
Profeten waren de levende voorbeelden van hoe een mens zijn hoogste potentieel bereikt. Hun leven was een oproep om te groeien, te zuiveren, en de reis van het hart te beginnen — een reis waarvan de eindbestemming de Tevredenheid van Allah is.
Paragraaf uit het boek: ‘Hedendaagse samenleving en Religie’








