Achtergrond
Na de Hijrah naar Madīnah baden de eerste moslims aanvankelijk in de richting van Masjid al-Aqṣā in Jeruzalem. Dat bleef zo tot ongeveer de zestiende of zeventiende maand na de Hijrah. In die periode begonnen sommige joodse groepen daar een vorm van superioriteit uit te halen: zij zagen het als een bevestiging dat de nieuwe gemeenschap afhankelijk was van hún heilige richting.
Dit raakte het gezegende hart van de Boodschapper van Allah (vzmh).
Want de qibla in zijn hart was altijd de Kaʿbah — het Huis van Ibrāhīm (as), het symbool van de zuivere tawḥīd. Hij verlangde ernaar dat de gebedsrichting daarheen zou worden omgekeerd. Niet alleen als eerherstel voor de Kaʿbah, maar ook als eerste stap naar de toekomstige heropening van Mekka voor de Islam.
Toch wachtte hij.
Hij dwong niets af, hij verzon geen eigen regel. Hij keek vaak vragend en hoopvol naar de hemel, maar bleef geduldig tot Allah het bevel gaf.
Het moment van openbaring
Op een maandag, midden in de maand Radjab, terwijl de Profeet (vzmh) het middaggebed leidde in de moskee van de stam Banū Salamah, daalde de openbaring neer:
قَدْ نَرَىٰ تَقَلُّبَ وَجْهِكَ فِي السَّمَاءِ ۖ
فَلَنُوَلِّيَنَّكَ قِبْلَةً تَرْضَاهَا ۚ
فَوَلِّ وَجْهَكَ شَطْرَ الْمَسْجِدِ الْحَرَامِ ۚ
وَحَيْثُ مَا كُنتُمْ فَوَلُّوا وُجُوهَكُمْ شَطْرَهُ…
(al-Baqarah 2:144)
“(O Boodschapper) Wij zien hoe jij je gezicht herhaaldelijk naar de hemel wendt.
Wij zullen jou nu zeker wenden naar een qibla waar jij tevreden mee zult zijn.
Wend daarom jouw gezicht in de richting van al-Masjid al-Ḥarām.
En waar jullie ook zijn, wend jullie gezichten in die richting…”
Op dat moment bevond de Profeet (vzmh) zich in de tweede rakʿah van het gebed. Zodra het vers was neergezonden, draaide hij zich tijdens het gebed richting de Kaʿbah. De metgezellen (ra) achter hem draaiden met hem mee, in rijen, zonder de ṣalāh te verbreken.
De eerste twee rakʿahs waren in de richting van Masjid al-Aqṣā verricht; de laatste twee rakʿahs in de richting van de Kaʿbah. Daarom kreeg deze plek de naam:
Masjid al-Qiblatayn – de moskee met twee qibla’s.
De boodschap verspreidt zich
Een van de aanwezigen in dat gebed verliet de moskee en kwam langs een andere moskee waar de mensen in rukūʿ stonden, nog biddend richting al-Aqṣā. Hij riep:
“Bij Allah, wij hebben zojuist met de Boodschapper van Allah richting de Kaʿbah gebeden!”
Meteen draaide de hele gemeente zich om in de richting van de nieuwe qibla, daar waar zij zich bevonden – midden in het gebed, midden in hun rukūʿ.
Zo werd de verandering van qibla niet alleen een historisch moment, maar ook een levende toets van gehoorzaamheid: Volgen we de Boodschapper (vzmh), ook als het plotseling is, midden in onze vertrouwde bewegingen?
Reacties van de mensen
Voor de gelovigen was dit een moment van vreugde en bevestiging.
Maar bij de vijanden van de Islam roerde het hart zich anders. Polytheïsten, hypocrieten en sommige groepen uit Ahl al-Kitāb begonnen te fluisteren en te spotten.
Allah beschreef hun houding:
“De dwazen onder de mensen zullen zeggen:
‘Wat heeft hen afgewend van hun qibla waarnaar zij zich gewend waren?’
Zeg: Aan Allah behoren het oosten en het westen;
Hij leidt wie Hij wil naar het rechte pad.” (al-Baqarah 2:142)
De qibla is geen spel van richtingen;
zij is een teken van gehoorzaamheid.
De zorg om eerdere gebeden
Ibn ʿAbbās (ra) vertelt dat sommige moslims bezorgd vroegen:
“O Boodschapper van Allah, hoe zit het met onze broeders die gestorven zijn terwijl zij nog richting Bayt al-Maqdis baden? Zijn hun gebeden verloren?”
Dit was geen theoretische vraag. Het was liefde en bezorgdheid om degenen die hen waren voorgegaan.
Daarop werd het vers neergezonden:
وَمَا كَانَ اللَّهُ لِيُضِيعَ إِيمَانَكُمْ ۚ
إِنَّ اللَّهَ بِالنَّاسِ لَرَءُوفٌ رَّحِيمٌ
(al-Baqarah 2:143, slot)
“Allah is nooit zo dat Hij jullie geloof verloren laat gaan.
Voorwaar, Allah is voor de mensen Zachtmoedig en Genadevol.”
Hun eerdere gebeden werden niet weggevaagd;
zij waren verricht in gehoorzaamheid aan het toen geldende bevel.
Allah wist hun intentie — en dat is wat telt.
In hetzelfde vers zegt Allah ook:
“Zo hebben Wij jullie tot een midden-gemeenschap gemaakt (ummatan wasaṭan), opdat jullie getuigen zullen zijn over de mensen,
en de Boodschapper getuige zal zijn over jullie.”
(al-Baqarah 2:143)
De verandering van qibla werd zo een teken:
een scheidslijn tussen wie de Boodschapper (vzmh) volgt en wie zich omdraait,
tussen gehoorzaamheid en koppigheid.
Herhaling van het bevel
Omdat de qibla zo centraal staat in het gebed, en om elke twijfel weg te nemen, herhaalt Allah het gebod meerdere malen:
وَمِنْ حَيْثُ خَرَجْتَ فَوَلِّ وَجْهَكَ شَطْرَ الْمَسْجِدِ الْحَرَامِ
وَحَيْثُ مَا كُنتُمْ فَوَلُّوا وُجُوهَكُمْ شَطْرَهُ…
(al-Baqarah 2:150)
“En van waar jij ook vertrekt, wend jouw gezicht in de richting van Masjid al-Ḥarām.
En waar jullie ook zijn, wend jullie gezichten in die richting,
zodat de mensen geen argument meer tegen jullie hebben, behalve degenen die onrecht plegen.
Vrees hen niet, maar vrees Mij.
Opdat Ik Mijn gunst aan jullie volmaak
en jullie geleid mogen worden.”
Wijsheden achter de verandering van de qibla
Uit deze verzen en gebeurtenissen kunnen we meerdere lagen van wijsheid zien:
-
Het wegnemen van valse argumenten
In eerdere geschriften werd de laatste Boodschapper beschreven als iemand die de qibla naar de Kaʿbah zou draaien. Zolang de moslims richting Bayt al-Maqdis baden, konden sommige mensen van het Boek zeggen:
“De qibla van de laatste Profeet hoort Mekka te zijn; hoe kan dit dan?”
Na de verandering viel dit argument weg. Alleen de koppige bleven bezwaar maken. -
Verbondenheid met Ibrāhīm (as)
De Kaʿbah is het Huis van Ibrāhīm (as). Door de qibla naar de Kaʿbah te draaien, werd zichtbaar dat Mohammed (vzmh) werkelijk de voortzetter was van de weg van Ibrāhīm (as) — de ḥanīf, de zuivere monotheïst. -
Voltooiing van de goddelijke gunst
Allah zegt:“Opdat Ik Mijn gunst aan jullie voltooi, en jullie geleid zullen worden.”
De qibla maakt deel uit van de rechte weg (ṣirāṭ al-mustaqīm).
Het is niet “slechts een richting”, maar een zichtbare band tussen hart, lichaam en openbaring. -
Een beproeving van gehoorzaamheid
De verandering diende ook “om te onderscheiden wie de Boodschapper volgt en wie zich op zijn hielen terugdraait” (vrij naar 2:143). Het was een toets:
Ben je trouw aan de richting, of aan Degene Die de richting bepaalt? -
Een fase van nabijheid tot Ahl al-Kitāb
In de eerste periode in Madīnah bad de Profeet (vzmh) richting Bayt al-Maqdis. Dit was onder meer een gebaar dat liet zien:
de bron van alle openbaringen is één.
Het was een verzachtende factor in een kwetsbare beginfase van de opbouw van de moslimgemeenschap. Pas toen de basis stevig was, werd de definitieve, eigen qibla vastgesteld. -
Bewijs van de echtheid van de Qur’an
De Profeet (vzmh) verlangde zelf naar de Kaʿbah als qibla. Had hij de Qur’an zelf samengesteld, dan zou hij direct de qibla naar Mekka hebben gedraaid. Het feit dat hij maandenlang wachtte tot de openbaring kwam, toont dat hij geen enkele eigen ingreep deed in openbaring. Hij wachtte, keek naar de hemel… en gehoorzaamde.
Een les voor het hart
De verandering van de qibla is meer dan een historische gebeurtenis.
Het is ook een vraag aan ons:
-
Waar is jouw “qibla” in dit leven?
-
Waar keren jouw gedachten, je ambities, je liefde zich naartoe?
-
Is jouw hart gericht op Allah, of op iets wat slechts tijdelijk is?
Zoals de metgezellen midden in het gebed draaiden toen het bevel kwam,
zo wordt ook van ons gevraagd te draaien wanneer de waarheid duidelijk wordt.
Moge Allah ons maken tot een gemeenschap die, net als de eerste generatie,
niet gehecht is aan vormen om de vormen,
maar aan gehoorzaamheid aan Hem en Zijn Boodschapper (vzmh).








