Je probeert het goede te doen. Je verricht de ṣalāh, helpt anderen en probeert weg te blijven van wat Allah heeft verboden. Toch word je ziek, verlies je iemand van wie je houdt of word je onrechtvaardig behandeld.
Ondertussen lijkt iemand die nauwelijks rekening houdt met Allah een zorgeloos leven te leiden.
Dan kan een pijnlijke vraag ontstaan:
Waarom overkomt dit mij, terwijl ik juist goed probeer te leven?
Een beproeving betekent niet automatisch dat Allah boos op je is. Soms worden mensen juist beproefd omdat Allah hen wil zuiveren, vormen en dichter tot Hem wil brengen.
Deze wereld is geen Paradijs
Allah heeft nooit beloofd dat goede mensen in deze wereld geen pijn zullen ervaren. Deze wereld is geen eindbestemming, maar een plaats van beproeving.
Allah zegt:
“Denken de mensen dat zij met rust worden gelaten omdat zij zeggen: ‘Wij geloven’, zonder dat zij worden beproefd?”¹
Īmān wordt niet alleen zichtbaar wanneer het leven gemakkelijk is. Juist tijdens ziekte, verlies, angst en teleurstelling wordt duidelijk waarop een mens werkelijk vertrouwt.
Allah zegt ook dat Hij de dood en het leven heeft geschapen om de mensen te beproeven en zichtbaar te maken wie het beste handelt.² Het doel van het leven is dus niet dat alles altijd verloopt zoals wij wensen. Het leven laat zien hoe wij omgaan met wat ons wordt gegeven én met wat ons wordt ontnomen.
De beste mensen werden zwaar beproefd
Als beproevingen altijd een teken van afwijzing waren, zouden de profeten het gemakkelijkste leven hebben gehad. Het tegenovergestelde is waar.
De Profeet Mohammed (vzmh) werd als kind wees. Hij verloor geliefde familieleden, werd bespot, vervolgd en uit Makkah verdreven. Profeet Ayyūb (vzmh) werd getroffen door een zware beproeving. Profeet Yūsuf (vzmh) werd door zijn broers achtergelaten, als slaaf verkocht en onschuldig gevangengezet.
De Profeet Mohammed (vzmh) werd gevraagd welke mensen het zwaarst worden beproefd. Hij antwoordde dat dit de profeten zijn, daarna degenen die het meest op hen lijken.³
Een moeilijk leven is daarom geen bewijs dat iemand weinig waarde heeft bij Allah. Soms worden juist mensen met een sterke īmān zwaar beproefd, omdat zij daardoor geestelijk kunnen groeien en een hogere rang kunnen bereiken.
Niet iedere beproeving is een straf
Het is gevaarlijk om bij elke tegenslag onmiddellijk te zeggen: Dit is een straf van Allah.
Wij kennen het verborgene niet. Een beproeving kan een waarschuwing zijn, maar ook een middel tot vergeving, bescherming of verheffing. Dezelfde gebeurtenis kan bij verschillende mensen een andere betekenis hebben.
De Profeet Mohammed (vzmh) leerde dat geen vermoeidheid, ziekte, verdriet, pijn of ongemak een moslim treft zonder dat Allah daardoor een deel van zijn zonden uitwist, zelfs wanneer het slechts de prik van een doorn is.⁴
Wat jij alleen als pijn ervaart, kan bij Allah een middel tot zuivering zijn. Misschien wordt door een periode die jij nooit zelf zou hebben gekozen een last van jouw schouders genomen die je op de Dag des Oordeels niet meer hoeft te dragen.
Dat betekent niet dat je blij moet zijn met ziekte of verlies. De islam vraagt niet dat je doet alsof pijn geen pijn doet. Verdriet is menselijk. Ook de profeten huilden en vroegen Allah om verlichting.
Sabr betekent niet dat je niets mag voelen
Sabr wordt soms verkeerd begrepen als stil blijven, emoties onderdrukken en alles zonder protest verdragen.
Maar sabr betekent dat je niet opgeeft wat juist is, ook wanneer het moeilijk wordt. Je mag verdrietig zijn en toch ṣabr hebben. Je mag huilen en toch op Allah vertrouwen. Je mag medische hulp zoeken, onrecht bestrijden en mensen om ondersteuning vragen.
Profeet Ayyūb (vzmh) zei tijdens zijn beproeving:
“Tegenspoed heeft mij getroffen, en U bent de Meest Barmhartige van de barmhartigen.”⁵
Hij ontkende zijn pijn niet. Hij klaagde niet óver Allah, maar legde zijn pijn vóór Allah neer. Vervolgens verhoorde Allah zijn du‘ā’ en nam Hij zijn tegenspoed weg.
Tawakkul betekent dus niet dat je geen middelen gebruikt. Het betekent dat je de middelen gebruikt, terwijl jouw hart uiteindelijk op Allah vertrouwt.
Wat kan een beproeving jou leren?
Sommige lessen worden pas zichtbaar wanneer iets wegvalt. Ziekte kan je leren hoe kostbaar gezondheid is. Verlies kan zichtbaar maken hoeveel je van iemand hield. Onrecht kan je gevoel voor rechtvaardigheid verdiepen. Teleurstelling kan je bevrijden van een droom die uiteindelijk niet goed voor je was.
Soms haalt een beproeving je weg bij mensen, gewoonten of plannen die jou ongemerkt van Allah verwijderden. Soms breekt zij het gevoel dat je alles onder controle hebt.
Dat betekent niet dat wij altijd precies begrijpen waarom iets gebeurt. Niet iedere pijn krijgt in deze wereld een duidelijke uitleg. Īmān betekent ook vertrouwen wanneer je het volledige antwoord nog niet ziet.
Hoe ga je met een beproeving om?
Blijf allereerst eerlijk in je du‘ā’. Vertel Allah wat je voelt. Vraag om verlichting, maar ook om kracht en leiding zolang de situatie voortduurt.
Blijf daarnaast gebruikmaken van toegestane middelen. Zoek medische hulp bij ziekte, steun bij psychische klachten en bescherming bij onrecht. Een beroep doen op hulp is geen gebrek aan īmān.
Kijk ook niet alleen naar wat de beproeving van je heeft afgenomen. Vraag jezelf af wat zij in jou kan vormen: meer geduld, zachtheid, afhankelijkheid van Allah of begrip voor het verdriet van anderen.
De Profeet Mohammed (vzmh) zei dat de situatie van een gelovige bijzonder is. Wanneer hem iets goeds overkomt, is hij dankbaar. Wanneer tegenspoed hem raakt, toont hij ṣabr. In beide situaties kan er goed voor hem zijn.⁶
Misschien begrijp je vandaag nog niet waarom je dit meemaakt. Maar jouw pijn is niet onzichtbaar. Geen traan, slapeloze nacht of stille strijd gaat aan Allah voorbij.
Een beproeving betekent niet dat Allah jou heeft verlaten. Soms is juist de weg waarop jij het moeilijkst loopt de weg waarop Allah jou het meest vormt.
Bronnoten
- Qur’an 29:2–3.
- Qur’an 67:2.
- Al-Tirmidhī, Jāmiʿ al-Tirmidhī, nr. 2398; Ibn Mājah, Sunan Ibn Mājah, nr. 4023.
- Al-Bukhārī, Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, nrs. 5641–5642.
- Qur’an 21:83–84.
- Muslim ibn al-Ḥajjāj, Ṣaḥīḥ Muslim, nr. 2999.








