Misschien draag je een verleden met je mee waarover je met niemand durft te praten. Misschien heb je jarenlang zonden begaan, anderen pijn gedaan of bewust afstand genomen van Allah. Je schaamt je voor wie je bent geweest en vraagt jezelf af:
Zou Allah mij nog wel willen vergeven?
Sommige mensen denken dat zij eerst een beter mens moeten worden voordat zij naar Allah kunnen terugkeren. Maar je keert niet terug naar Allah omdat je al goed bent. Je keert terug omdat je Zijn vergeving en leiding nodig hebt.
Hoe groot jouw zonden ook zijn: zolang je leeft, is de deur van oprechte tawbah niet gesloten.
Wanhoop niet aan de genade van Allah
Een van de meest hoopgevende āyāt uit de Qur’an richt zich juist tot mensen die veel hebben gezondigd:
“O Mijn dienaren die buitensporig tegenover zichzelf zijn geweest, wanhoop niet aan de genade van Allah.”¹
Allah noemt hen ondanks hun zonden nog steeds “Mijn dienaren”. Hij zegt niet dat zij te ver zijn afgedwaald of niet meer welkom zijn. Hij verbiedt hun juist om te wanhopen aan Zijn genade.
Dat betekent niet dat zonden onbelangrijk zijn. Zonden kunnen het hart beschadigen, relaties verbreken en ernstige gevolgen hebben. Maar de grootte van een zonde is nooit groter dan de genade van Allah.
In een ḥadīth qudsī vertelt de Profeet Mohammed (vzmh) dat Allah zegt dat zelfs wanneer de zonden van een mens tot aan de wolken zouden reiken, Allah hem zou vergeven wanneer hij Hem oprecht om vergeving vraagt.²
Het probleem is daarom niet dat Allah niet wil vergeven. Het gevaar is dat een mens stopt met terugkeren.
Schaamte kan twee kanten op werken
Schaamte kan een teken zijn dat het geweten nog leeft. Je beseft dat je iets verkeerds hebt gedaan en verlangt ernaar om het te herstellen. Die schaamte kan je richting tawbah brengen.
Maar schaamte kan ook verlammend worden. Dan denk je niet meer: Ik heb iets slechts gedaan, maar: Ik ben slecht en voor mij is geen hoop meer.
Dat is geen nederigheid. Het is wanhoop.
Oprechte tawbah betekent niet dat je doet alsof er niets is gebeurd. Het betekent dat je jouw fout erkent zonder jezelf voor altijd tot die fout te veroordelen. Een gelovige is niet hetzelfde als zijn ergste zonde.
Je verleden vertelt waar je bent geweest. Het hoeft niet te bepalen waar je eindigt.
De man die honderd mensen doodde
De Profeet Mohammed (vzmh) vertelde over een man die negenennegentig mensen had gedood. Hij vroeg aan een monnik of zijn tawbah nog aanvaard kon worden. Toen de monnik zei dat dit niet mogelijk was, doodde hij ook hem.
Daarna vroeg de man opnieuw om leiding. Een geleerde vertelde hem dat niets hem ervan weerhield om tawbah te verrichten. Hij moest echter zijn slechte omgeving verlaten en naar een plaats gaan waar mensen Allah aanbaden.
De man ging op weg, maar overleed voordat hij zijn bestemming bereikte. Omdat hij zich oprecht in de richting van Allah had gekeerd, werd hij door de engelen van genade meegenomen.³
Deze overlevering maakt de zonde van moord niet klein. Zij laat juist zien hoe onvoorstelbaar groot de genade van Allah is.
De man had zijn bestemming nog niet bereikt. Hij had zijn nieuwe leven nog niet kunnen opbouwen. Maar zijn hart was veranderd en hij was daadwerkelijk op weg gegaan.
Tawbah is dus meer dan zeggen: Het spijt mij. Het is je richting veranderen.
Allah verheugt Zich over jouw terugkeer
Veel mensen stellen zich Allah alleen voor als Degene Die hen zal bestraffen. Zij vergeten dat de Profeet Mohammed (vzmh) ook vertelde hoe verheugd Allah is wanneer een dienaar naar Hem terugkeert.
De Profeet Mohammed (vzmh) beschreef een reiziger die in een verlaten gebied zijn rijdier met al zijn eten en drinken kwijtraakt. Wanneer hij alle hoop heeft verloren, vindt hij het plotseling terug. Allah is nog meer verheugd over de tawbah van Zijn dienaar dan deze reiziger over zijn redding.⁴
Denk daar eens over na.
Wanneer jij na lange tijd weer ṣalāh verricht, jouw handen opheft voor du‘ā’ of huilend om vergeving vraagt, keer je niet terug naar een Heer Die jou met tegenzin ontvangt. Je keert terug naar Allah, Die van tawbah houdt.
Hoe verricht je oprechte tawbah?
Oprechte tawbah begint met het stoppen van de zonde. Vervolgens erken je jouw fout, heb je er werkelijk berouw over en neem je je voor om niet terug te keren.
Heb je de rechten van andere mensen geschonden, dan moet je die zo veel mogelijk herstellen. Gestolen bezit moet worden teruggegeven, schulden moeten worden betaald en aangerichte schade moet worden rechtgezet. Aanbidding wist niet automatisch het onrecht tegenover anderen uit.⁵
Tawbah moet bovendien niet alleen uit woorden bestaan. Allah verbindt tawbah in de Qur’an aan geloof en goede daden. Hij belooft zelfs dat Hij de slechte daden van degenen die oprecht terugkeren en goed handelen in goede daden kan veranderen.⁶
Misschien kun je jouw verleden niet ongedaan maken. Je kunt wel bepalen wat je vanaf vandaag doet.
Wat als je opnieuw zondigt?
Sommige mensen verrichten tawbah, vallen terug en denken vervolgens dat terugkeren geen zin meer heeft.
Maar zolang jouw tawbah op het moment zelf oprecht was, moet je opnieuw naar Allah terugkeren. Laat herhaling van de zonde niet leiden tot het verlaten van tawbah.
De Profeet Mohammed (vzmh) leerde dat Allah de tawbah van Zijn dienaar aanvaardt zolang het stervensmoment nog niet is aangebroken.⁷ Stel jouw terugkeer daarom niet uit.
Misschien fluistert jouw verleden dat jij niet meer welkom bent.
Maar Allah zegt dat je niet aan Zijn genade mag wanhopen.
Keer daarom terug, ook wanneer je je schaamt. Keer terug, ook wanneer je opnieuw bent gevallen. Keer terug voordat jouw hart gewend raakt aan afstand.
Geen zonde is te groot voor de genade van Allah. Maar wacht niet tot morgen met een tawbah die je vandaag kunt verrichten.
Bronnoten
- Qur’an 39:53.
- Al-Tirmidhī, Jāmiʿ al-Tirmidhī, nr. 3540.
- Muslim ibn al-Ḥajjāj, Ṣaḥīḥ Muslim, nr. 2766a.
- Muslim ibn al-Ḥajjāj, Ṣaḥīḥ Muslim, nr. 2744a.
- Muslim ibn al-Ḥajjāj, Ṣaḥīḥ Muslim, nr. 2581.
- Qur’an 25:70–71.
- Al-Tirmidhī, Jāmiʿ al-Tirmidhī, nr. 3537; Ibn Mājah, Sunan Ibn Mājah, nr. 4253.








