Een eervolle traditie
In de pre-islamitische Arabische samenleving gold het geven van borstvoeding in de woestijn als een teken van adel en zuiverheid. Kinderen die opgroeiden tussen de bedoeïenen ontwikkelden kracht, helderheid van taal en een zuiver karakter. Daarom kwamen vrouwen van de stam Banū Saʿd regelmatig naar Makkah om zuigelingen te vinden om te voeden.
Onder hen was Ḥalīmah al-Saʿdiyyah (raḍiyallāhu ʿanhā) — maar alle vrouwen vonden een kind, behalve zij. De Boodschapper van Allah Mohammed (vzmh), toen nog een wees, werd aan niemand van hen geaccepteerd. Zij zeiden:
“Wat kan zijn moeder ons geven?”
Omdat men normaliter een vergoeding van de vader ontving, zagen zij geen voordeel in het meenemen van een wees.
Ḥalīmah zei later:
“Elke vrouw weigerde hem toen zij hoorde dat hij een wees was.
Maar ik wilde niet zonder kind terugkeren.
Ik zei tegen mijn man al-Ḥārith:
‘Ik neem hem mee — misschien schenkt Allah ons zegen door hem.’”
Zij nam hem mee — niet omdat zij wist wie hij zou worden, maar omdat haar hart mild was. Dit was het begin van een wonderlijke reeks gebeurtenissen.
Zegeningen vanaf het eerste moment
Ḥalīmah vertelt:
“Zodra ik hem oppakte en aan mijn borst legde, dronk hij tot hij verzadigd was.
Zijn pleegbroertje dronk ook tot hij verzadigd was.
Onze oude kameel gaf melk, en mijn man en ik dronken tot wij verzadigd waren — iets wat wij al lange tijd niet gekend hadden.”
Haar man zei die nacht:
“O Ḥalīmah, dit kind is gezegend.
Zie je niet wat er sinds zijn komst met ons gebeurt?”
Op de terugreis werd hun ezel plots zo snel dat niemand van de vrouwen haar kon bijhouden. Toen zij terugkeerden in het land van Banū Saʿd — een gebied dat voorheen droog en onvruchtbaar was — gebeurde opnieuw iets bijzonders:
-
Haar schapen kwamen terug, verzadigd en vol melk.
-
De schapen van de buren kwamen terug met lege magen.
-
Haar gezin leefde in overvloed, terwijl anderen nauwelijks melk hadden.
Ḥalīmah zegt:
“Wij zagen met eigen ogen hoe Allah Zijn zegeningen over ons uitstortte door dit kind.”
Een kind dat anders was dan anderen
Toen Mohammed (vzmh) twee jaar oud werd, brachten zij hem terug naar zijn moeder Āminah (raḍiyallāhu ʿanhā) — maar met zwaar hart. Zij zeiden:
“Laat hem nog een jaar bij ons blijven,
want wij vrezen de epidemieën in Makkah.”
Uit liefde voor haar zoon stemde zij toe.
De gebeurtenis van het openen van zijn borst
Twee of drie maanden later kwam zijn pleegbroer geschrokken aanrennen:
“Twee mannen in witte kleding kwamen naar hem toe.
Zij legden hem neer en openden zijn borst.”
Ḥalīmah en haar man renden naar hem toe en vonden hem bleek maar staande. Hij zei:
“Zij openden mijn borst en haalden iets eruit.
Toen plaatsten zij het terug zoals het was.”
Ḥalīmah’s man zei:
“Ik vrees dat hem iets bovennatuurlijks is overkomen.
Laten we hem terugbrengen naar zijn familie.”
Toen zij hem terugbrachten, vroeg Āminah:
“Waarom komen jullie zo snel terug?
Jullie zorgden uitstekend voor hem.”
Toen zij uiteindelijk vertelden wat er gebeurd was, zei zij:
“Vrezen jullie dat Shayṭān hem zou aanraken?
Nee, bij Allah — Shayṭān zal nooit macht over hem hebben.
Er is iets groots met deze zoon van mij.”
Zij vertelde over haar dromen, het licht dat zij zag tijdens haar zwangerschap, en de bijzondere manier waarop hij geboren werd.
Zo scheidde Ḥalīmah van het kind dat haar leven gevuld had met zegen.
Zijn kindertijd in Banū Saʿd
De Profeet (vzmh) sprak later over zijn jeugd bij Banū Saʿd en hoe Allah hem reeds toen met bijzondere zorg omringde. De metgezellen bevestigden dit in vele overleveringen.
Een van de meest ontroerende momenten speelde zich af tijdens de slag van Ḥunayn. Toen de mensen van de stam Hawāzin — onder wie zijn pleegzuster Shaymāʾ — als gevangenen bij hem werden gebracht, zei zij:
“Ik ben jouw pleegzuster.
Weet je nog dat je als baby in mijn schouder beet?”
De Profeet (vzmh) stond op, spreidde zijn mantel voor haar uit en liet haar naast hem zitten — een eerbetoon aan zijn zoogfamilie.
De stam sprak tot hem:
“Wij zijn jouw tantes en jouw pleegmoeders.
Wees mild met ons.”
Hij antwoordde:
“Wat mij en de kinderen van ʿAbd al-Muṭṭalib betreft:
het is allemaal voor Allah — en voor jullie.”
De Ansār zeiden:
“En wat van ons is,
is voor Allah en Zijn Boodschapper.”
Het was een dag van compassie — en een getuigenis van de diepe band tussen Mohammed (vzmh) en de mensen die hem als baby hadden verzorgd.
Terugkeer naar zijn moeder en grootvader
Mohammed (vzmh) keerde terug naar zijn moeder Āminah en zijn grootvader ʿAbd al-Muṭṭalib. Zijn grootvader kon nauwelijks zonder hem; hij bezocht hem elke ochtend en avond en vroeg telkens:
“Hoe gaat het met mijn zoon Mohammed (vzmh)?”
Hij zag in hem het evenbeeld van zijn overleden zoon ʿAbdullāh, en zijn liefde voor Mohammed (vzmh) was intens en teder.
Toen Mohammed (vzmh) zes jaar oud was, reisde Āminah met hem naar Yathrib om het graf van zijn vader te bezoeken. Op de terugweg werd zij echter ziek. In het plaatsje Abwāʾ overleed zij.
De Profeet (vzmh) huilde bitter — en de engelen huilden met hem mee.
Hij was nu volledig wees.
Daar eindigde de periode van Ḥalīmah al-Saʿdiyyah (raḍiyallāhu ʿanhā) — maar de sporen van haar liefde en zorg bleven in zijn hart aanwezig.
1. Zij bedoelde haar eigen zoon die van dezelfde leeftijd was als de Profeet, Zegeningen en vrede zij met hem.
Lees ook: Voorbeeld voor gelovige vrouwen: Asiya (r.a.)








