De islam zag het licht in Mekka, in het hart van het Arabisch schiereiland, aan het begin van de zevende eeuw na Christus. De mensheid bevond zich in die periode in een staat van diepe verwarring: openbaringen uit eerdere boeken waren vervormd, recht en rechtvaardigheid werden nauwelijks nog verdedigd, en de samenleving was verstrikt geraakt in onderdrukking en zedeloosheid. In Arabië werden meisjes levend begraven, werden zwakken en wezen zonder enige genade uitgebuit, en werd de eer van mensen gereduceerd tot een koopwaar. De machtigen golden als rechtvaardigen, hoe onrechtvaardig zij ook handelden.
Juist in zo’n donkere tijd schonk Allah de mensheid Zijn laatste boodschapper: Mohammed (vzmh), een profeet van barmhartigheid die als een lichtstraal door de duisternis brak. Hij werd in 571 in Mekka geboren, in een adellijke familie die bekendstond om eer en betrouwbaarheid. Zijn vader overleed nog vóór zijn geboorte en zijn moeder toen hij zes jaar oud was. Daarna werd hij opgevoed door zijn grootvader en vervolgens door zijn oom Abū Tālib. Zijn jeugd werd gekenmerkt door eerlijkheid, zachtheid en een natuurlijk gevoel voor rechtvaardigheid. De mensen vertrouwden hem hun kostbaarste bezittingen toe en noemden hem al-Amīn – de betrouwbare.
Op vijfentwintigjarige leeftijd trouwde hij met Khadīja (r.a.), met wie hij een leven leidde van waardigheid, arbeid en bezinning. Tot zijn veertigste werkte hij als koopman en werd hij door iedereen gerespecteerd als iemand die nooit een leugen sprak, nooit een afgod aanraakte en altijd opkwam voor de rechten van wezen en armen.
Toen hij veertig jaar oud werd, kreeg hij de openbaring die de mensheid opnieuw richting zou geven. De Almachtige droeg hem het profeetschap op en maakte hem tot de laatste in de reeks van profeten. In het begin nodigde hij zijn naasten in stilte uit tot de islam; slechts enkele tientallen mensen bekeerden zich in die eerste drie jaar. Toen echter het bevel kwam om de boodschap openlijk te verkondigen, begon de strijd.
De leiders van Mekka voelden hun prestige en belangen bedreigd en verzetten zich heftig. Ze vervolgden de gelovigen, martelden hen, braken alle sociale en economische banden met hen en probeerden hen te dwingen hun geloof op te geven. De gelovigen hielden echter stand. De vervolging duurde dertien jaar en werd uiteindelijk zo zwaar dat emigratie noodzakelijk werd. Eerst vertrokken groepen moslims naar Abessinië, waar een rechtvaardige koning hen bescherming bood. Later vond de grote migratie naar Medina plaats.
Met de Hidjrah kreeg de islam een nieuwe adem. In Medina verbond de Profeet (vzmh) de emigranten en de helpers als broeders en sloot hij een verdrag met de joodse stammen. Hier konden de moslims eindelijk hun geloof vrijuit beleven en verspreiden. De islam groeide, ondanks dat Mekka voortdurend vijandigheid bleef tonen. Badr, Uhud en de Slag bij de Gracht waren momenten waarop het geloof van de moslims werd beproefd, maar telkens schonk Allah hen overwinning, ondanks hun kleine aantallen.
Toen de gemeenschap in Medina sterk genoeg was geworden, trok de Profeet (vzmh) met een groot leger naar Mekka. De stad die hem ooit had verdreven, opende haar poorten zonder strijd. Het heiligdom werd van afgodsbeelden gezuiverd en de mensen omarmden de islam in grote aantallen.
De Profeet (vzmh) leefde in totaal tien jaar in Medina. Tijdens de Afscheidsbedevaart sprak hij zijn tijdloze boodschap van recht, waardigheid en menselijkheid uit. Niet lang daarna, in 632, verliet hij deze wereld en keerde terug naar zijn Heer.
In zijn leven werd de volledige Koran geopenbaard, opgeschreven en uit het hoofd geleerd. De tekst die wij vandaag lezen, is dezelfde tekst die in zijn tijd is vastgelegd, zonder wijziging of toevoeging.
Na zijn overlijden namen de vier rechtgeleide kaliefen – Abū Bakr, ʿUmar, ʿUthmān en ʿAlī (moge Allah tevreden met hen zijn) – de leiding op zich. In ongeveer dertig jaar tijd breidde het islamitische gebied zich uit naar Syrië, Egypte, Mesopotamië, Iran en delen van India. De boodschap werd gedragen door rechtvaardigheid, discipline en een diepe spirituele bezieling.
Daarna kwam het Umayyadenrijk, dat de hoofdstad naar Damascus verplaatste. Hun heerschappij strekte zich uit tot aan China in het oosten en tot diep in Frankrijk in het westen. Na hen volgden de Abbasiden, die hun centrum in Bagdad vestigden. Deze periode werd een hoogtepunt van intellect, kunst en wetenschap. Madrasa’s zoals Bayt al-Hikmah werden bakens van kennis en trokken geleerden aan zoals Imām al-Ghazālī, die de islamitische denktraditie grote diepgang gaf.
Terwijl Bagdad bloeide, ontwikkelde zich in Andalusië (Spanje) een schitterende beschaving. Daar ontstonden universiteiten, bibliotheken, verfijnde architectuur en wetenschappelijke ontdekkingen die later een belangrijke rol zouden spelen in de Europese renaissance.
In dezelfde eeuwen moesten moslims de kruistochten doorstaan. Onder leiders zoals Saladin werden veel gebieden verdedigd en heroverd. De Turken, die de islam aannamen, vormden in Anatolië een nieuw front tegen Byzantium, dat uiteindelijk zou vallen.
Uit deze traditie kwam het Ottomaanse rijk voort, dat ruim zes eeuwen lang de politieke banier van de islam droeg. In 1453 veroverde sultan Mehmed Fātiḥ Constantinopel, een gebeurtenis die de wereldgeschiedenis diepgaand veranderde. Het Ottomaanse rijk strekte zich uit over drie continenten en bestuurde een gebied van ongeveer 22 miljoen vierkante kilometer. Het was een rijk dat, ondanks zijn fouten, in de kern werd gedragen door het principe van rechtvaardigheid.
Een bekende uitspraak uit die periode vertelt veel: vlak voor de val van Constantinopel weigerde de Byzantijnse edelman Notaras om hulp van de pauselijke legers te vragen en zei:
“Ik zie liever een Turkse tulband in Constantinopel dan een kardinaalshoed.”
Zelfs Maarten Luther zei in de zestiende eeuw, ondanks zijn vijandigheid naar moslims toe:
“Wij leven liever onder de Ottomanen dan onder de hebzuchtige machthebbers van onze eigen landen.”
Het Ottomaanse rijk werd gesticht door Osman Gazi, die zei: “Ons doel is niet oorlog om de oorlog, maar iʿlā-yi kalimatillāh – het verheffen van Allah’s woord.” Hij werd geholpen door de wijze sjeikh Edebali, waardoor de fundamenten van het rijk rustten op spiritualiteit, recht en rechtvaardigheid.
Zo ontvouwde de geschiedenis van de islam zich: van een eenzame Profeet (vzmh) in Mekka tot een wereldomspannende beschaving die het denken, de cultuur, de wetenschap en de menselijkheid van hele samenlevingen heeft gevormd. Een geschiedenis die niet slechts bestaat uit feiten en data, maar uit een voortdurende stroming van licht, gedragen door mensen die de waarheid hoorden, accepteerden en doorleefden.











[…] ben ik bezig met het vertalen en schrijven van boeken en artikelen. Zo lag mijn focus vooral op geschiedenis van de islam, waar diverse artikelen te vinden zijn op de website. Ook is er sinds kort een […]